De nieuwe Arbo-wet

 

Vanaf 1 juli 2005 mogen branches en bedrijven zelf kiezen hoe ze de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen. Voorheen namen ze daar nog verplicht een Arbo-dienst voor in de arm. De Arbo-wet geeft bedrijven nu de keuze –maar óók de plicht!- om de Arbo-dienstverlening aan te passen aan de omstandigheden en mogelijkheden van het bedrijf. De overheid wil zo de betrokkenheid (en ook: eigen verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid) van bedrijven bij arbeidsomstandigheden vergroten. Deze maatregel raakt vooral MKB-bedrijven.


Als branches en ondernemingen niet gebruikmaken van een Arbo-dienst, moeten ze er wel voor zorgen dat de Arbo-dienstverlening met voldoende kennis van zaken wordt aangepakt.  Zo worden eisen gesteld aan de deskundigheid van degene die de zogenoemde risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE) toetst. In dat verplichte document worden risico’s voor arbeidsomstandigheden in kaart gebracht en wordt vastgelegd hoe die zoveel mogelijk kunnen worden vermeden.

 

Voor kleine bedrijven zijn de kosten van een toets door een Arbo-dienst naar verhouding hoog. Daarom mogen kleine bedrijven tot en met tien werknemers gaan werken met een checklist voor de risico-inventarisatie en –evaluatie. De verplichte toets mag dan achterwege blijven. Daarnaast kan een eenvoudiger (en dus goedkopere) toets volstaan voor bedrijven met minder dan 26 werknemers die met zo’n standaard checklist werken. Bij de eenvoudige toets blijft bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek in principe achterwege. Dat betekent echter wel werk aan de winkel!

Personeel&Organisatie

Arbo-beleid